De Timp uit Zieuwent: Lekkere hamburgers uit de Groentainer

Een klassiek Achterhoeks snackbedrijf dat inmiddels is uitgegroeid tot een landelijke koploper op gebied van duurzame fastfood-catering. Zo zou je de Timp uit Zieuwent kunnen omschrijven.

Al sinds zijn veertiende deed Luuk Domhof, de huidige eigenaar, vakantiewerk bij De Timp. Opgegroeid in een aannemersgezin was hij voorbestemd om in de bouw te gaan werken. Maar dat paste niet bij hem. Als kind hield hij al van koken, hij deed onder andere de koksopleiding in Wageningen en in Doetinchem. Tot op de dag van vandaag is hij geïnteresseerd in de producten, de herkomst en de smaak. Dat beperkt zich niet enkel tot het voedsel zelf, ook de hele infrastructuur van apparatuur, wagenpark en gebouwen moet top zijn en klaar voor de toekomst.

SAA_de_Timp_02

Eind jaren ’70 waren Tonnie en José Peters eigenaars van café en cafetaria De Timp. Ze namen de snackwagen van de gebroeders Nienhuis overgenomen, die sinds de jaren zestig met hun snackwagen vol patat, braadworsten en knakworsten langs de kermissen in de Achterhoek reden. Luuk Domhof werd in 2005 compagnon bij De Timp en uiteindelijk in 2012 volledig eigenaar van het snackbedrijf: ‘Het is mooi werk. Je bent een soort nomade, rijdend circus en komt door heel Nederland, waar je dan elke keer zo’n vier dagen staat.’ Op de website van De Timp staat een indrukwekkende lijst van festivals, kermissen en markten: van Huntenpop in Ulft en het Ameland Beach Rugby Festival, tot de Zwarte Cross, Carnaval in Doetinchem, kermis in Lettele en de Ponyweek in Heeten. ‘De kern is frites en snacks verkopen voor evenementen van 40 tot 150.000 man.’

De Timp groeit jaarlijks. ‘Maar dat is geen doel op zich: het doel is een beter bedrijf te maken en ik wil op een leuke manier geld verdienen.’ Dat gaat niet vanzelf. Tien jaar geleden moest er een miljoen euro geïnvesteerd worden. ‘Dan voel je de bank in de nek hijgen, denk je in eerste instantie vooral aan de bank terugbetalen en heb je niet veel tijd om na te denken over zaken als verantwoord en biologisch.’ Maar op een gegeven moment kwam er toch een kentering.

SAA_de_Timp_01

Domhof was bij een lezing over duurzaamheid georganiseerd door de Lyons in Lochem. De strekking was: ‘Als we doorgaan met de huidige manier van produceren en consumeren, gaat het niet goed komen’. En er werd de vraag opgeworpen: “Als je aan het eind van de werkdag de deur achter je dichttrekt, voelt dat dan goed?”. Dat is me bijgebleven en vormt nu ook de leidraad voor De Timp. Wij kunnen de wereld niet veranderen, maar wel een voorbeeld geven: een manier van werken die als een olievlek telkens breder wordt.’

De eerste stap was energieneutraal worden door 240 zonnepanelen op de bedrijfshal van De Timp te leggen. ‘Zelfs op een bewolkte dag in december levert dat genoeg elektriciteit.’ De frituurolie voor de snacks van De Timp wordt verhit met propaan, dat is schoner dan aardgas en een restproduct bij de winning van aardolie. Eigenlijk wilden we biogas gebruiken, gemaakt van ons frituurvet. Maar werken met biogas kan nog niet omdat de calorische waarde niet hoog genoeg is om voldoende hitte te leveren.’ Misschien dat, dat in de toekomst gaat lukken. Het is al wél gelukt om het hele wagenpark van De Timp over te schakelen op biodiesel: die rijden allemaal op de afgewerkte frituurolie. ‘Die wordt voor ons ‘verestert’. Dat werkt heel goed, maar als voorloper merk je dat de auto-industrie hier nog geen raad mee weet. We kopen nieuwe wagens, maar geen enkele garagehouder durft garantie te geven wanneer we biodiesel gebruiken in plaats van gewone diesel. Nu rijden we het eerste jaar, zolang de garantie geldt met gewone diesel, daarna nog vele jaren op onze eigen biodiesel.’ Al die ontwikkelingen zijn mogelijk dankzij het samenwerken in een team dat de visie en het bijbehorende gevoel deelt: ‘Zonder goede mensen om je heen kun je helemaal niets!

SAA_de_Timp_07

Een andere stap die Domhof met zijn medewerkers De Timp wilde zetten was een bijdrage leveren aan de regionale economie. ‘We waren al gewend om langjarig samen te werken met leveranciers uit de regio. Denk aan Elite uit Neede, Slagerij Beerten en bakker Knippenborg uit Zieuwent. Maar we wilden ook producten uit de regio die ook duurzamer zijn én natuurlijk ook smaken! De biologische manier van produceren is inspirerend, maar wij werken niet met keurmerken. Ook omdat we vinden dat dit gewoon bedrijfspolicy is en we onze totaalaanpak promoten in plaats van producten met een keurmerk.

Zo verkopen wij een bamischijf zonder vlees. Die loopt heel goed, niet omdat die vegetarisch is, maar omdat die goed smaakt. ‘We werken al jaren samen met groothandel Elite in Neede. We hebben ze gevraagd een biologische kroket te ontwikkelen, die is inmiddels klaar.’ Domhof sloeg ook zelf aan het ontwikkelen: een echte Achterhoekse hamburger. Inspiratie hiervoor kreeg hij na contact met pionier en biologische melkveehouder John Arink uit Lievelde. ‘Die heeft een fantastisch verhaal: ‘Het rundvlees van zijn Fries Hollandse koeien vormt de basis van de hamburger. John gebruikt nul antibiotica, de koeien krijgen hoofdzakelijk gras van eigen erf waarbij geen kunstmest en bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Puur natuur! De koeien worden bij slagerij Beerten in Zieuwent geslacht, die wél een door Skal gecontroleerd bio-keurmerk heeft, dus ook officieel als ‘biologische’ verkocht mag worden.

SAA_de_Timp_05

Domhof vroeg bakker Jos Knippenborg uit Zieuwent om biologische broodjes te gaan bakken. ‘Maar ik heb geen keurmerk’, zei die. ‘Dat maakt me niet uit, maar zorg wel voor biologisch meel en een lekker vers broodje.’ Een broodje hamburger kan natuurlijk niet zonder saus. Dus werd Bas Diks uit Harreveld gevraagd om een eigen saus te ontwikkelen. Na wat proefsessies is dit goed gelukt en was het broodje hamburger klaar voor introductie in het voorjaar van 2015. Een succes: inmiddels zijn er 15.000 van verkocht à € 5,50. Zo’n anderhalve euro duurder dan een ‘gangbare’ hamburger, omdat de kostprijs nu eenmaal hoger ligt. ‘Het is een succes omdat het zo lekker is en omdat het verhaal klopt.’

Sommige van de snackwagens in de bedrijfshal van De Timp zijn al tientallen jaren oud, maar dat is ze niet aan te zien. ‘Elk jaar worden ze nog met een penseeltje bijgewerkt zodat ze mooi blijven. Lang meegaan is ook een vorm van duurzaamheid.’ Toch begint de klassieke nette cleane uitstraling – wit met rode letters – soms ook een nadeel te worden. Het is wel erg clean. ‘Vanuit de markt kwam de vraag naar wagens met een andere uitstraling.’ Als reactie op groeiende populariteit van de foodtrucks, kwam Domhof op het idee om een duurzame container te bouwen. Een nieuwe container ontwerpen bleek te lang te duren en Domhof kocht een tweedehands zeecontainer. Hij bracht die naar Eeftink- Rensing Staalbouw in Groenlo met de mededeling ‘zaag d’r maor een stuk uut’. En zo ontstond de ‘Groentainer.’

SAA_de_Timp_06

Hij liet er tweedehands accu’s van elektrische auto’s inzetten. Daarvoor moest wel eerst een nieuw battery-management-systeem worden ontworpen omdat er continu energie geleverd moest worden in plaats van energie voor accelereren, zoals in een auto. De accu’s worden geladen met de zonnepanelen op het dak en de klep van de Groentainer. Als de zon te lang niet schijnt, schakelt de Groentainer over op een aggregaat die loopt op onze eigen biodiesel. Waardoor een geheel zelfvoorzienende snackunit is ontstaan, die makkelijk te plaatsen is op evenementen. ‘Het was een hele klus om het ding te ontwikkelen, het kostte veel geld, maar het is gelukt mede dankzij de goede samenwerking met diverse lokale en regionale bedrijven. En hij gaat zich terugverdienen.’ De Groentainer is inmiddels een hit aan het worden: ‘Ze bellen me op en zeggen: “Ik wil gewoon die Groentainer”, ook al moeten ze er extra voor betalen.

Er blijft nog veel te ontwikkelen over. De patat bijvoorbeeld. Die komt van de Aviko in Steenderen. ‘We zouden wel biologische frites willen, maar die is heel moeilijk te krijgen. Ja, uit de diepvries kan wel, maar dat willen we niet: we willen alleen versgebakken frites omdat dat het lekkerste is.’ Frites uit de diepvries is domweg minder smakelijk. ‘Bij frites moet het zo zijn dat als je de bak leeg hebt, denkt: “Ik lust nog wel wat”. Smaak, daar gaat het om.’

SAA_de_Timp_03

De volgende stap is om aardappelen te gaan gebruiken die in de Achterhoek geteeld zijn. Om meer van de aardappelproductie te weten te komen, liet Domhof zelf vier hectare aardappelen verbouwen. ‘Voor onze eigen bewustwording. Wij willen weten wat er gespoten wordt en waarom.’ De toekomst zal leren of we verse friet kunnen aanbieden uit eigen regio.

Op de laatste editie van festival Mañana Mañana in Hummelo stond De Timp met de Groentainer en een nagebouwde fritesfabriek: het publiek kon daar zelf de aardappels snijden voor een zak frites. ‘We dachten dat we in drie dagen zo’n 800 kilo zouden verkopen. Het werd een fantastisch succes met 2800 kilo. We moesten telkens de groenteboer bellen voor meer aardappels.’

‘Als ondernemer wil ik dat onze producten en materialen, anderen en toekomstige generaties niet tot last zijn. Steeds meer organisatoren en bezoekers van evenementen willen dat ook. In de wereld van evenementen zijn er, naast de regels voor hygiëne, nauwelijks richtlijnen of wettelijke eisen ten aanzien van duurzaamheid. Er wordt veel geroepen of beweerd. Veel mensen praten erover, wij doen het gewoon.’

Kijk voor meer informatie op www.detimp.nl